VRIJDAG 12 OKTOBER 2018 Kleine Zaal Oosterpoort Groningen

ROSANNE PHILIPPENS VIOOL & FRANCOIS LAMBRET PIANO

Edvard Grieg – Vier lyrische stukken voor solo piano:

-Waltz op.12 nr.2

-Watchman’s Song op.12 nr.3

-Puck op.71 nr.3

-Sailor’s Song op.68 nr.1

Franz Liszt – Romance Oubliée S132 (arr. voor viool en piano)


Robert Schumann – vioolsonate nr.1 in A klein op.105:

-Mit leidenschaftlichem Ausdruck

-Allegretto

-Lebhaft


Edvard Grieg – Peer Gynt, selectie (arr. Hans Sitt voor viool en piano)


PAUZE

Anoniem – selectie Noorse volksliederen

Edvard Grieg – vioolsonate nr.3  in C klein op.45:

-Allegro molto ed appassionata

-Allegro espressivo alla Romanza

-Allegro animato

Het bijzonder originele samengestelde programma dat beide musici vanavond brengen kent de muziek van de Noorse componist Edvard Grieg als rode draad. Grieg die zelf een begenadigd pianist was werd met zijn Lyrische stukken gepubliceerd in verschillende opusnummers bij een groot piano minnend publiek in het Europa van de 19e eeuw zeer bekend. Als Grieg weer een nieuwe bundel inleverde bij zijn toenmalig uitgever Edition Peters dan ging bij deze de vlag uit! Het waren toen al bestsellers. Het programma opent dan ook met vier van deze Lyrische stukken die stuk voor stuk die typische Noorse klank hebben waarbij het gebruik van verrassende harmonieën en pregnante ritmen kenmerken zijn in Griegs muziekstijl.

Het was op 18 april 1870 dat Grieg via de Italiaanse pianist Giovanni Sgambati wordt ontboden bij de Hongaarse componist en pianist Franz Liszt die dan in een klooster woont vlakbij het oude Forum Romanum in Rome. Grieg brengt als cadeau zijn 2e vioolsonate mee waarvan Liszt meteen zó gecharmeerd was dat hij het uiteindelijk helemaal in zijn eentje voor het eerst van blad speelde d.w.z. de pianopartij én vioolpartij tegelijk zonder enige fout noot! Bij een tweede bezoek maakt ook het later zo beroemde pianoconcert Opus 16 van Grieg op Liszt al grote indruk. Liszt stimuleerde Grieg door te gaan op de ingeslagen weg hetgeen Grieg hoop bood in tijden van creatieve tegenslag, zoals Grieg zelf schrijft in een brief aan zijn ouders op 9 april 1870.

De titel van het stuk ‘Romance oubliée’ van Liszt zegt precies wat het is n.l. een ‘vergeten lied’ van zijn hand uit 1844 genaamd ‘O pourquoi donc’. Toen dit jeugdwerk als albumblad aan Liszt getoond werd een paar jaar voor zijn dood tijdens een bezoek aan kardinaal Hohenlohe in de Villa d’Este in Tivoli bij Rome bleek hij het met de nodige verbazing eigenlijk te zijn vergeten. De muziekhandelaar Simon van Hanover wilde het in 1884 graag publiceren en zo verscheen dit stuk in vier versies gelijktijdig: voor piano solo, voor viool en piano, voor altviool en piano, en voor cello en piano. Het is nostalgisch en teder van sfeer.

Misschien moet het de vroege invloed zijn geweest van Griegs moeder Gesine Judith Hagerup dat hij van kindsbeen af aan al hield van de Duits-Romantische muziektraditie waarin Schumann al zoveel naam had gemaakt, want van haar kreeg Grieg zijn eerste pianolessen. Gesine gaf haar voorliefde voor dit repertoire door aan haar zoon. Grieg gaat vanaf zijn 15e jaar studeren in Leipzig, 2 jaar na de dood van Schumann, dezelfde stad waar ook Schumann had gewoond en gewerkt. Grieg kreeg pianoles van o.a. Ernst Ferdinand Wenzel, een vriend van Schumann. Griegs warme belangstelling voor Schumann deed hem op uitnodiging van een Amerikaans magazine een boeiend artikel schrijven over Schumann waarin hij zegt dat diens kamermuziek vol zit met de prachtigste inspiraties. (..)”Men kan niet ontkennen dat Schumann soms de melodie niet altijd neerlegt in de meest gunstige ligging voor de strijkinstrumenten. ..Maar een geïnspireerde interpretatie en zorgvuldige bestudering is hiervoor de beste remedie! Het belangrijkste element – de toverkracht, de illusie- stelt nooit teleur” (..), zegt Grieg. (..) “Alle pogingen in de artistieke behandeling en een goed getrainde uitvoering in details kunnen niet de warme, diepe klank waartoe een ware Schumann-interpreet in staat moet zijn, vervangen.”(..)

De eerste vioolsonate Opus 105 van Schumann werd gecomponeerd in 5 dagen! Hij componeerde dit werk zo snel omdat hij “boos was op bepaalde mensen”, zoals hij zelf zei tegen de violist en voormalige leerling van hem, Wasielewski. Het eerste deel opent met een prachtig gepassioneerde melodie in de laagste regionen van de viool waarbij de piano en viool gelijkwaardig in elkaar opgaan in een nogal contrapuntische uitwerking van het thematisch materiaal. Misschien is er geen andere vioolsonate waarbij dit zó organisch plaatsvindt. Het tweede deel is een soort lied dat afwisselend langzaam en scherzo van karakter is waarbij het terugkerend thema – als ware het een refrein – het deel een rondo structuur geeft. In het derde deel barst het contrapuntische bijna uit zijn voegen waardoor het voor Schumanns vrouw en gerenommeerde pianiste Clara een vrijwel “onhandelbaar” deel was, zoals ze zelf zei. Maar Schumann brengt hiermee de sonate wél tot een virtuoos einde.

De Boheemse violist, dirigent, en componist Hans Sitt en Edvard Grieg kenden elkaar persoonlijk. Sitt bewerkte niet alleen de Noorse dansen van Grieg voor orkest op uitnodiging van Edition Peters maar ook diens beide Peer Gynt suites, die naast het pianoconcert nog steeds tot Griegs populairste muziek behoren. Peer Gynt met het verhaal van die vreemde Noorse snuiter Peer bij wie het aanvankelijke lijkt dat hij alle schepen achter zich wil verbranden en na vele omzwervingen in Afrika uiteindelijk toch verlangt om terug te keren naar die ene ware liefde van vroeger, Solveigh. De muziek vertelt dit verhaal zó goed dat de schrijver van het toneelstuk Henrik Ibsen ooit zei: (..)”Als jij, Grieg die muziek niet had gecomponeerd dan was mijn toneelstuk nooit zo beroemd geworden!”(..)

In een brief aan de advocaat Aimar Grønvold in 1881 spreekt Grieg over de Noor Rikard Nordraak die hij vlak na het beëindigen van zijn studietijd in Leipzig ontmoet in Kopenhagen. Nordraak speelde hem wat Noorse volksliedjes voor waarvan de teksten gebaseerd waren op o.a. boerenverhalen. Daarbij was ook muziek van Nordraaks eigen hand. (..)”Dit maakte diepe indruk. Het was alsof de schellen van mijn ogen vielen en nu wist ik wat ik wilde gaan doen.. Ik had al een kijk op deze materie maar door zijn invloed werd het effectvol.”(..), schrijft Grieg. In de Humoresken Opus 6 van Grieg horen we eerst echt overtuigend deze invloed in zijn composities. Hij droeg deze op aan Nordraak. Grieg zou later dikwijls de verzameling Noorse volksliederen van de Noor L.M. Lindeman raadplegen ter inspiratie. Deze publiceerde 636 volksliederen (!) voorzien van een eenvoudige pianopartij in 3 banden tussen 1853 en 1867. Het zingen en doorgeven op de volgende generatie is in Noorwegen een eeuwenoude traditie evenals de traditie van het vioolspel. Na de pauze hoort u een selectie van anonieme Noorse volksliederen. 

Werden de eerste (1865) en tweede vioolsonate (1867) van Grieg relatief vlak na elkaar gecomponeerd, het duurde 20 jaar voordat de derde vioolsonate Opus 45 in c klein ontstond. Grieg noemde zijn eerste nog “naïef”, zijn tweede “nationaal”, zijn derde vond hij “één met een bredere horizon” geheel in de grote Europese vioolsonaten traditie van bijv. Ludwig van Beethoven, Schumann, of Brahms. De mineur toonsoort c klein geeft het werk ook een donkerder Romantischer karakter, wat meteen al in het turbulente begindeel blijkt. Ook al is het tweede thema vrij sereen, de sfeer heeft iets onstuimigs bijna iets angstigs. Het tweede deel begint met een prachtig treffende Grieg melodie met zo’n kenmerkende dalende lijn in de bas waarop Grieg de prachtigste harmonieën weet te toveren. Überhaupt blinkt deze hele sonate al uit qua harmonische vondsten en wendingen. En midden in het tweede deel een versneld gedeelte met een volksdansachtig karakter: ook dit is een belangrijk ritmisch element in Griegs muziek, naast het lyrische en het harmonische. In het derde deel komen al deze aspecten nog weer helemaal duidelijk naar voren eindigend in een opzwepende virtuoze coda.

©2018 Siebert Nix

ROSANNE PHILIPPENS

“… dwars door de noten heen hoor je de persoonlijke stem van een jonge violiste met een dijk van een karakter.”, Volkskrant, oktober 2016.

Rosanne Philippens (Amsterdam, 1986) begon op driejarige leeftijd met viool spelen.
Haar vioolspel kenmerkt zich door een perfecte techniek, een grote openheid en het streven om zich voortdurend te ontwikkelen. Door haar gedrevenheid en communicatieve instelling weet ze haar publiek mee te slepen.
In 2009 behaalde ze aan het Koninklijk Conservatorium haar diploma summa cum laude en vervolgde haar studie aan de Hans Eisler Akademie in Berlijn waar ze in 2014 haar master haalde met de hoogst mogelijke cijfers. Rosanne won het Nationaal Vioolconcours (Amsterdam Concertgebouw 2009) en het Internationale Violin Wettbewerb Freiburg (2014).
Ze werkte samen met dirigenten zoals Yannick Nézet-Séguin, Lawrence Foster en Xian Zhang en soleerde met orkesten als het Radio Filharmonisch Orkest, het Rotterdams Filharmonisch Orkest, Barcelona Symphony Orchestra, naast vele andere orkesten. Communicatie kenmerkt het vioolspel van Rosanne Philippens. Als kamermusicus is Rosanne zeer actief. Ze speelt met musici als Julien Quentin, Itamar Golan, Vilde Frang en Nicolas Altstaedt op festivals in Duitsland, Zwitserland, Zweden, Israel en Engeland. Op voorspraak van Janine Jansen bespeelt Rosanne de “Barrere” Stradivarius uit 1727 die haar ter beschikking is gesteld door het Elise Mathilde Fonds.

FRANÇOIS LAMBRET

Pianist François Lambret werd geboren in Parijs en studeerde zowel in Parijs als in Berlijn bij gerenommeerde musici als Menahem Pressler, Pierre-Laurent Aimard, Vladimir Mendelssohn, Ralf Gothóni en Hatto Beyerle en bij ensembles zoals het Quatuor Ysaÿe en het Artemis Kwartet. François is een gedreven kamermusicus en was medeoprichter van het Paul Klee Trio waarmee hij diverse internationale prijzen won waaronder de publieksprijs in Melbourne en de Eerste Prijs op het Trondheim Concours in 2011. Met het Paul Klee Trio maakte François tournees door Groot-Brittannië, Duitsland, Oostenrijk, Italië, Noorwegen, Canada en Australië.
De wereldpremière opname van werken voor piano en harmonium van Alexandre Guimant werd bijzonder goed ontvangen en ontving de hoogste waardering in het vooraanstaande Franse muziekblad Diapason. Hij gaf solorecitals in Parijs (Cité de la Musique en Salle Pleyel), Tokyo (Toppan Hall), Nagoya (Shirakawa Hall), Buenos Aires (Teatro Colón) en Berlijn (Philharmonie). François is regelmatig te gast op festivals zoals het Stavanger Festival, Tivoli Concert Series, La Roque d’Anthéron Festival en de European Chamber Music Academy.

_____________________________________________________________________________

Dit concert is een initiatief van Grieg Stichting Nederland i.s.m. de Oosterpoort. Het is de opening van een driedaags Grieg Strijkers Festival gewijd aan de muziek voor strijkinstrumenten van Grieg, dat op 12, 13 en 14 oktober plaatsvindt. Voor meer informatie: www.griegstichting.nl                                                                                              

Het Grieg Strijkers festival komt tot stand met ondersteuning van o.m. het Buechli-Fest-Meijer Fonds, Kunstraad Groningen, de Koninklijke Noorse Ambassade in Den Haag, en de Grieg Stichting Nederland.